dinsdag 29 december 2009

Wie had dat verwacht?

Exact 1 jaar geleden, op 29 december 2008, stond op alle Belgische voorpagina’s te lezen dat Herman Van Rompuy de nieuwe premier werd. Hij zou, tegen wil en dank, de regering leiden tot 2011. Zijn onfortuinlijke voorganger, Yves Leterme, kwam terecht op het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De aanstelling van Van Rompuy werd afgedaan als een “vergiftigd geschenk”. Hij zat opgezadeld met de onafgewerkte dossiers van Leterme I en zou in het voorjaar al heel wat stevige zaken moeten verwerken. Hij kreeg meteen “struikeldossiers” als de staatshervorming, de begroting en asiel en migratie voorgeschoteld.

Kerstgeschenk

Het nieuws van Van Rompuy en de hele hetze er rond was slecht nieuws voor alle journalisten die zich verheugd hadden op een aantal rustige dagen tijdens het traditionele politieke reces. De eindejaarslijstjes lagen al maanden op voorhand klaar, alle originele invalshoeken voor de kerst- en nieuwjaarskranten waren al uitgewerkt en hier en daar moest nog wat geschreven worden over de nieuwe BOB-campagne. Er werd met halve bezetting gewerkt en de deadline leek niet meer dan een stipje aan de horizon. Maar die welverdiende rust werd hen niet gegund. De aanstelling van Van Rompuy gooide roet in het kerstmaal. De voorverpakte nieuwjaarsedities moesten opnieuw omgegooid worden. De journalistieke impact van dat nieuws moet ongeveer even groot geweest zijn als die van de de tsunami van tweede kerstdag 2004.

Vandaag, een jaar later, is het weer stil op de redacties. De kranten en tijdschriften staan weer vol met eindejaarslijstjes. Music For Life heeft opnieuw een recordopbrengst gehaald en de radiozenders maken zich klaar voor hun traditionele top zoveel-duizend. Maar wat mij dit jaar vooral opvalt in die eindejaarslijstjes, is dat er naast de Nobelprijslaureaat Barack Obama een nieuwe grootheid met internationale allures is opgestaan. Herman Van Rompuy, de man die een jaar geleden met volle tegengoesting, in de herfst van zijn politieke carrière nog premier moest worden, voert nu de populaire lijstjes zonder moeite aan. Van Rompuy wordt de eerste Europese president. Ik kan mij alleen maar aansluiten bij de talrijke jaloerse politici die allemaal eensgezind over hét nieuwsitem van het jaar getuigen met de woorden “wie had dat verwacht?”.

Belgische trots

“Haiku Herman” neemt vrijdag officieel plaats op zijn Europese troon. Zijn carriére heeft een boost gekregen die zelfs in een Disneyfilm als overdreven zou worden afgedaan. Hij is de held van Vlaanderen en Wallonië en moet ons land terug wat internationale geloofwaardigheid geven. En dat allemaal voor een man die al rustig aan het uitkijken was naar zijn pensioen.

Wie had dat verwacht
Onze Europese trots
Herman Van Rompuy

woensdag 18 november 2009

Gezond verstand

Exact 3 jaar geleden, op 18 november 2006, richtte Jean-Marie Dedecker de ideeëntank Cassandra op. In die tijd was het geen groot nieuws. De ex-VLD’er wilde een nieuw politiek project oprichten om mensen samen te brengen rond bepaalde ideeën. Enkele pientere journalisten hadden uiteraard al in de gaten dat het de aanzet was voor de oprichting van een nieuwe politieke partij, maar meer dan wat kortjes* werden er niet aan besteed.

Nog geen twee weken later kondigde hij zijn overstap naar N-VA aan, een episode in het leven van Dedecker die voldoende bekend is. De ramptoeristen verwijs ik graag naar een interview voor zijn oneerbiedige ontslag bij N-VA.

Hugo Coveliers zag op dat moment zijn kans schoon om een nieuw politiek zwaargewicht naar zijn dunbevolkte VLOTT uit te nodigen. Maar Dedecker nam geen vrede meer met een partij waarin hij niet de absolute kopman was en bedankte Coveliers vriendelijk voor het aanbod. Cassandra zou meer worden dan een vrijblijvend politiek project. Het werd de basis voor een nieuwe politieke partij. Op 19 januari 2007 stelde hij zijn Lijst Dedecker voor aan het grote publiek.

Dedecker verzamelde snel een uitgewerkt partijapparaat rond zich en sprak bescheiden ambities uit voor de verkiezingen van 10 juni van dat jaar. Die dag verraste hij vriend en vijand door meteen vijf Kamerzetels en een Senaatszitje weg te kapen. Zijn reactie aan het thuisfront ziet u in dit filmpje.



Een overwinning schept hoge verwachtingen. Dat geldt in de sportwereld, maar evenzeer in de verkiezingsstrijd. Zijn resultaat van 2007 was dan ook meteen de maatstaf voor de Vlaamse verkiezingen van 2009. Maar zoals dat gaat met hoge verwachtingen, worden ze meestal niet ingelost. Kim Clijsters stelde na haar Grandslamoverwinning in de US Open teleur in Luxemburg en Tom Boonen werd geen tweede keer wereldkampioen. Ook LDD kon dus niet anders dan teleurstellen op 7 juni. Het deed het met 7 procent nochtans beter dan in 2007, maar voldeed niet aan de verwachtingen. Dedecker haalde zelf een hoge score, maar de rest van zijn partij stelde teleur.

Nieuwe partijen zijn vaak het onderwerp van nieuw politicologisch onderzoek. LDD was een welgekomen geschenk voor vele thesissen en doctoraten. Eenmanspartijen zijn een interessant fenomeen maar zijn vaak geen lang leven beschoren. Tijdens de laatste verkiezingen werd duidelijk dat Dedecker het enige zwaargewicht van zijn partij is.De vraag rijst naar zijn politieke houdbaarheid en vooral die van zijn partij. Gelukkig zijn in ons land verkiezingen nooit veraf en kunnen we binnenkort opnieuw ons hoofd breken over het “fenomeen Dedecker”.

*Korte stukjes in een krant. Ze worden meestal enkel gelezen door de krantenlezers met teveel tijd en meestal geschreven door een ijverige stagiair.


zondag 8 november 2009

Het belang van B-H-V

Exact 2 jaar geleden, op 7 november 2007, werd in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken het splitsingsvoorstel voor het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde goedgekeurd. Het probleem met die stemming was dat enkel de Vlamingen een ja-stem hebben uitgebracht, en de Franstaligen* collectief de zaal verlieten. In datzelfde collectief stapten ze naar de Franse Gemeenschap om een belangenconflict uit te roepen, waardoor de eindstemming in de Kamer met zes maanden werd uitgesteld. Nadien hebben zowel de Franstalige Gemeenschapscommissie, het Waalse parlement en, vorige maand, de Duitstalige Gemeenschap, een belangenconflict ingeroepen, waardoor het dossier nu al twee jaar stil ligt. Tot zover B-H-V.

Vandaag werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de wet goedgekeurd die de gezondheidszorg zal hervormen. De yea-stemmers waren 219 Democraten en 1 Republikein. De nasalere "nay" klonk bij 176 Republikeinen en 39 Democraten. Als de tekst ook in de Senaat overleeft kan de wet uitgevoerd worden en zullen ook de arme Amerikanen binnenkort over een gezondheidsverzekering kunnen beschikken.

Een kleine meerderheid van de Democraten heeft voor de volledige Amerikaanse bevolking kunnen beslissen dat er een hervorming komt van hun gezondheidszorg. Een kleine meerderheid van Vlamingen heeft er niet voor kunnen zorgen dat er voor de volledige Belgische bevolking een hervorming komt van hun kiesarrondissementen.

Discriminatie

Dit is mogelijk omdat België werd opgedeeld in gemeenschappen op basis van taal. Om de belangen van iedere taalgroep te beschermen werd het mogelijk gemaakt om een belangenconflict in te roepen. Dit kan wanneer de grotere taalgroep (in dit geval de Vlamingen) een beslissing neemt die de kleinere taalgroep (de Franstaligen) discrimineert. Maar is het niet inherent aan de democratie dat een grotere groep kan beslissen over een kleinere groep? Natuurlijk zijn er mechanismen nodig om de kleinere groep te beschermen en mag van een dictatoriale democratie geen sprake zijn. Maar waarom moet een belangenconflict mogelijk zijn op basis van taal en niet op basis van andere verschillen? Wanneer er in een wet een bepaalde groep echt gediscrimineerd wordt, zal geen enkel grondwettelijk hof ze laten bestaan. Waarom moeten in België de taalgroepen toch nog over die extra bescherming beschikken en de vrouwen of de allochtonen niet?

In de Verenigde Staten kan een meerderheid van Democraten beslissen over een minderheid van Republikeinen. Het gaat hier uiteraard over politieke partijen, maar zij vertegenwoordigen ook zeer specifieke bevolkingsgroepen. De goedgekeurde wettekst is daarom een mogelijke discriminatie van stedelingen tegen plattelandsbewoners, van het noord-westen tegen de "Red States" of van hogeropgeleiden tegen laagopgeleiden. Maar als hier echt gediscrimineerd wordt, zal het Supreme Court hier tegen optreden. In België geldt dit ook voor alle opgestelde wetten, behalve die wetten waarin taalgroepen meespelen.

Symbooldossier

Zo komt het dus dat er, twee jaar na de stemming in de Kamercommissie, nog steeds geen tekst in het federale parlement ligt over B-H-V. De verkiezingen van 2011 kunnen niet grondwettelijk verlopen indien er geen oplossing komt voor dit buitenbeentje van de kiesdistricten. Het belangenconlict (welke belangen?) van de Duitstalige gemeenschap verlamt het dossier en het mogelijke vertrek van Van Rompuy dreigt dit met de volledige regering te doen. B-H-V sluimert constant onder het politieke debat. Het is altijd aanwezig, maar er wordt liever niet te veel over gesproken. Het dossier kan de vergelijking met het zwaard van Damocles gemakkelijk doorstaan. De vraag is alleen welke kop zal rollen wanneer het paardenhaar het begeeft.

*Er wordt in dit debat liever over Franstaligen gesproken dan over Walen. In de loop der tijd heeft het begrip "Walen" een pejoratieve bijklank gekregen. Bovendien is Franstaligen in deze context juister: in Brussel wonen geen Walen. Maar misschien heeft het ook iets met spreekkoren in voetbalstadions te maken.

vrijdag 30 oktober 2009

Waarom Ik Gboek

Dit stukje is mijn reactie op het artikel “Why I blog” van Andrew Sullivan. Geen echte “repost” dus, maar een bespreking van een van de standaardwerken uit de blogosphere.


Ik heb altijd moeite gehad met internetwerkwoorden.
"Twitteren", "skypen" of zelfs "googlen": het klinkt allemaal zo flauw. Ik heb zelfs de indruk dat er een aantal internethypes aan mij voorbijgaat omdat er zo een woordgebruik bijhoort. Het is dan ook heel vervelend dat een interessante toepassing voor internetjournalistiek, de weblog, onoverkomelijk zo een taal met zich meebrengt. Want wat ik nu doe is "bloggen". Niet "loggen", wat een veel mooier en correcter woord zou zijn, neen, bloggen. Ik schrijf niet op mijn weblog, maar op mijn blog.

Andrew Sullivan, één van de bekendste bloggers ter wereld, legt in zijn artikel "Why I Blog" uit waar het woord "blog" vandaan komt. Of beter gezegd, waar het woord “log” vandaan komt. Wie geïnteresseerd is in de historische achtergrond van de log verwijs ik graag door naar zijn artikel. Verder legt hij vooral uit waarom hij begonnen is met een blog en wat de voordelen zijn van zo een interactief dagboek.

Hij heeft mij alvast overtuigd van het nut van een blog. Het is een manier om zonder redactie of revisie je eigen artikels aan de wereld te kunnen tonen. Een ongelooflijke vrijheid voor iedere schrijver, journalist of voor iedereen die graag zijn mening wil verkondigen. Er zijn geen grenzen aan het bereik van een blog. Het is veel meer dan de zoveelste internethype. Het is een echt medium.

Maar ik vraag mij toch vooral af wie er op het idee gekomen is om een prachtig woord als “weblog” in te korten tot “blog”. Waarom iemand er voor zou kiezen om een woord, dat perfect is op te splitsen in twee volwaardige lettergrepen, te herleiden tot een flauw afkooksel van dat woord? Waarom splitsen na de “we” in plaats van na de “web”? En waarom wordt het door iedereen, zelfs door een serieuze journalist als Sullivan, zomaar overgenomen? Waarom zeggen we dan ook niet “gboek”, tegen een dagboek? Een waarom maken we er dan ook niet meteen een werkwoord van? Ik gboek, jij gboekt, wij gboeken.


Wat ik hier nu heb gedaan is wat Andrew Sullivan de nieuwe webloggers aanraadt: op zoek gaan naar interactie met de lezers. De aandachtige lezer van dit stukje tekst heeft vast al opgemerkt dat er twee hyperlinks staan. Er werden ook al een paar subtiele vragen gesteld om mijn lezerspubliek wat te prikkelen. Sullivan leert ons dat een weblog een manier is om via lezers een enorme verzameling bronnen op te bouwen. Er zullen altijd lezers zijn die meer van het onderwerp kennen dan de journalist, maar via de weblog kan de journalist ook rechtstreeks in contact komen met die lezer. Via e-mail of andere internetkanalen wordt de beheerder van de weblog snel geïnformeerd door zijn lezers. Dat contact kan zeer ver gaan. Sullivan spreekt zelfs van een vriendschap met zijn lezers.

Wel beste lezers, beste vrienden, ik ga de raad van Sullivan opvolgen. Ik wil ook werken aan “my own private wikipedia” van bronnenmateriaal. Ik wil meer interactie. Een weblog is geen eenrichtingsverkeer. Dus laat van jullie horen! Leer mij meer mij over mijn onderwerpen. Zeg mij bijvoorbeeld wie verantwoordelijk is voor het woord “blog”. Geef uw ongezouten mening en maak van deze weblog een echte blog!

maandag 19 oktober 2009

Van de prins geen kwaad

Exact 8 jaar geleden, op 19 oktober 2001, heeft de Senaat een wetsontwerp goedgekeurd dat voor prins Laurent een dotatie voorzag van ongeveer 11 miljoen frank of 270.000 euro. Dit bedrag werd hem toegekend omdat hij de broer is van de kroonprins, Filip. Volledig terecht! Het is namelijk niet eenvoudig om geboren te worden als broer van de zoon van de koning van België.

Kind zijn van de koning brengt in ons land een aantal zware verantwoordelijkheden met zich mee. Zo wordt ieder kind van de koning van België volgens de grondwet Senator van Rechtswege. Wanneer je dus als zoon of dochter van koning Albert je 18de verjaardag viert, vier je niet alleen dat je klaar bent voor je rijbewijs, maar ook dat er voor de rest van je leven een zitje voor je klaarstaat in de Senaat. Het grote voordeel is wel dat je er niet aanwezig hoeft te zijn en hier niet voor afgestraft kan worden door de kritische kiezer. Sterker nog, het wordt zelfs aangemoedigd om niet aanwezig te zijn en vooral om je als kind van de koning zoveel mogelijk buiten het debat te houden. Vergeet ook niet dat een Senator kan rekenen op de parlementaire onschendbaarheid.

Maar op die manier krijgt de prins nog geen brood op de plank. Er werd gelukkig al snel een legitieme oplossing gevonden. Prins Laurent zou zich, net als zijn broer en zus, gaan voorbereiden op zijn eventuele koningschap. Een degelijke voorbereiding vraagt tijd, maar vooral ook geld. Bovendien is hij 12de troonopvolger, dus de opvolging van prins Laurent moet in ieder geval serieus genomen worden. Serieus genoeg om jaarlijks 272.682,88 euro* aan te spenderen, want dat is de dotatie die de federale regering vanaf 2001 voor hem voorzag.

Tweehonderdtweeënzeventigduizend zeshonderdtweeëntachtig euro per jaar! Voor het geval dat zowel prins Filip, prinses Elisabeth, prins Gabriël, prins Emmanuel, prinses Eléonore, prinses Astrid, prins Amadeo, prinses Maria-Laura, prins Joachim, prinses Luisa-Maria en prinses Laetitia-Maria komen te gaan en prins Laurent de troon moet bestijgen. Zoals ik al zei: volledig terecht! De buitenlandse koningshuizen zouden beter een voorbeeld nemen aan het Belgische systeem. Al die prinsen en prinsessen die gaan werken voor hun geld, zouden hun taak als mogelijke troonsopvolger heel wat serieuzer moeten nemen.

Maar tegenwoordig gaan er zelfs in ons land stemmen op om de dotatie van prins Laurent in te perken of zelfs helemaal af te schaffen. In 2007 verscheen het bericht dat zes op de tien Vlamingen de dotatie voor prins Laurent liever afgeschaft zien. Ook in politieke kringen wordt hier steeds meer steun voor gevonden, onder andere van senator Pol Van Den Driessche, een collega van de gedupeerde. Hij vond het bovendien een goed idee om zijn plannen om de dotaties te beperken bekend te maken op de dag dat koning Albert en koningin Paula hun gouden huwelijksjubileum vierden. Hij wil het loon van de prins afschaffen tijdens de zwaarste economische crisis van de eeuw. Een man van 45 zonder enige werkervaring op zo een moment op de arbeidsmarkt droppen, ik mag er niet aan denken.

Mijn boodschap is dan ook: laat prins Laurent met rust! Ik zou niet graag in zijn schoenen staan. Want een voorbereiding op de troon betekent niet meer of minder dan wachten tot heel je familie gestorven is. Het is onrechstreeks hopen dat al je broers, zussen, nichtjes en neefjes de pijp uitgaan zodat jij de troon mag bestijgen. Al het geld van de wereld kan zo een gruwelijke, onmenselijk zware opdracht niet compenseren.

En dan zwijg ik nog over de moeilijkheden met zijn KINT.


*Dit bedrag wordt uiteraard ieder jaar aangepast aan de index.

woensdag 14 oktober 2009

De bekendste boomhutten van Vlaanderen

Exact 7 jaar geleden, op 14 oktober 2002, liet de burgemeester van Brugge, Patrick Moenaert, het Lappersfortbos ontruimen. Klinkt het bekend in de oren? Ik heb ook het gevoel dat ik de woorden “Lappersfortbos” en “ontruimen” wel al vaker samen in één zin heb gehoord. Hier hangt zonder twijfel een sappig geitenwollensokkengetint protestverhaal aan vast. Ik ga op zoek naar de geschiedenis en het vervolg van die dramatische ontruiming van zeven jaar geleden. Ik ben dan wel niet van Brugge, maar als goede wereldburger geloof ik natuurlijk niet in een “NIMBY”-mentaliteit*. Vlaanderen is trouwens maar een backyard groot.

Het verhaal van de strijd om het bos begint in november 1987. Fabricom, een onderdeel van GDF Suez en grote boosdoener in het verhaal, kocht het gebied over van wapenfabrikant FN en maakte de oude fabrieken met de grond gelijk. Vijf jaar later kocht de firma ook de achtergelegen gebieden van het bos op. In 2000 vormde Brugge een groot deel van het gebied om tot industriegebied en KMO-zone. De Lijn kondigde onmiddellijk aan dat ze geïnteresseerd was om het gebied te gebruiken voor de bouw van een nieuwe busstelplaats. Dat de omwonende natuurliefhebbers hier niet honderd procent achterstonden, spreekt voor zich. Wat volgt is dan ook een jarenlange strijd om het behoud van het natuurgebied.

De boom in

De eerste protesten werden gevoerd in de vorm van een “ludieke actie”, maar vanaf augustus 2001 nam het protest een andere vorm aan. Een aantal jongeren ging over tot de permanente bezetting van het bos en posteerde zich in boomhutten. Het Groene Gordel Front (GGF) van Brugge steunde de actie en kon rekenen op de steun van tientallen organisaties en een hele lijst BV’s. Verschillende onderhandelingen en politieacties later werd de burgemeester wanhopig. Ondanks de inspanningen van Minister van Leefmilieu Vera Dua zag Moenaert geen andere oplossing dan het bos te laten ontruimen. Dit gebeurde op 14 oktober 2002, zeven jaar geleden dus. Het bos werd op dat moment al meer dan een jaar permanent bezet. Even later kwamen nog 5.000 mensen vreedzaam op straat om het bos te kunnen redden, maar het maatschappelijke debat viel wat stil.

In de maanden en jaren nadien bood Fabricom het bos te koop aan. Er werd zelfs op een bepaald moment gesproken van een akkoord tussen Fabricom en ministers Dua en Van Mechelen. Het bos zou een stadsbos worden en ter compensatie zou ergens anders een nieuw bedrijventerrein komen. Dit werd niet doorgevoerd en het protest werd wat grimmiger. De burgemeester werd naar eigen zeggen op een bepaald moment zelfs met de dood bedreigd. Het GGF kon ondertussen nog steeds op veel bijval rekenen en ontving onder andere de prijs voor democratie en een prijs voor hun heldhaftigheid van de “stRaten-generaal”, bekend van een ander project in het Antwerpse dat me nu niet meteen te binnen schiet.


De geschiedenis herhaalt zich

Er kwam wat schot in de zaak wanneer een deel van het bos geopend werd voor het publiek. De Vlaamse regering huurde tien hectaren die werden ingericht als stadsbos en betaalde hier per maand 1.900 euro huur voor aan Fabricom. Het GGF was nog niet tevreden en bleef protesteren tegen de nieuwe bouwplannen van Fabricom. We zijn ondertussen in 2007 beland.

Huurgeld is weggegooid geld, en daarom werd in april 2008 beslist om een deel van het bos te kopen. Brugge en Vlaanderen legden samen en betaalden hier 1,4 miljoen euro voor. Op dat moment keurde Brugge ook een bouwvergunning goed voor de bouw van een aantal loodsen voor Fabricom in het andere deel van het bos. Het GGF liet zich niet tegenhouden door de indrukwekkende politiemacht rond het bos en klom opnieuw in de bomen. Deze tweede bezetting werd nog koppiger volgehouden dan de eerste en ging zelfs door tijdens de ijskoude winter van december 2008 tot februari 2009.

50 euro per m²

Vandaag is het Lappersfortbos nog altijd bezet gebied en wordt de achtste verjaardag van het verzet gevierd. Op 18 oktober, over vier dagen dus, zou er een definitief einde moeten komen aan de strijd om het bos. Dan moet het voor de laatste keer ontruimd worden, zodat Fabricom met haar bouwwerken kan beginnen. Het GGF geeft echter de hoop niet op en roept samen met Friends of the Earth mensen op om voor 50 euro één vierkante meter van het bos te kopen. Indien er 32.000 kopers gevonden worden kan het bos nog gered worden, maar de strijd lijkt toch definitief gestreden. Naar alle waarschijnlijkheid kan Fabricom binnenkort beginnen met de bouw van de loodsen en komt er een einde aan het langdradige verhaal van de bekendste boomhutten van Vlaanderen, die van het Lappersfortbos.

* NIMBY: Not In My Backyard. Vervelend voorbeeld van een typisch acroniem in de trend van ASAP of BTW. Nogal frequent gebruikt door communicatiewetenschappers met een slechte Engelse uitspraak.

zondag 4 oktober 2009

Onbemande supercamera's

*


Exact 7 jaar geleden, op 4 oktober 2002, stond het volgende bericht op de voorpagina van De Standaard: "Onbemande camera's mogen elke overtreding vastleggen". Niet zo revolutionair. Niet bijzonder interessant, maar op dat moment wel bijzonder actueel. Er werd immers aangekondigd dat zowat alle taken van de traditionele zwaantjes uitbesteed konden worden aan hun flitsende tegenhangers. Dat stond op minder sensationele manier te lezen in het Koninklijk Besluit dat deze bevoegdheidsuitbreiding voor de camera's voorzag.

Toenmalig Minster van Verkeer, Isabelle Durant, liep misschien toch wat te hard van stapel. Ter illustratie een aantal bevoegdheden van de aangekondigde superflitsers: inhalen waar het niet is toegestaan, negeren van een witte streep, het oneigenlijk gebruik van de pechstrook, te dicht op de voorligger rijden en spookrijden. Bovendien was de software voor het nieuwe beleid al voorzien. Vandaag bestaan er welgeteld twee soorten flitspalen: de snelheidscamera en de roodlichtcamera. Er wordt wel geëxperimenteerd met de zogenaamde trajectcontrole.


Verderop in het bericht stond nog een klein detail. In Vlaanderen stonden er op 4 oktober 2002 50 camera's, in Wallonië 1. Benieuwd hoe dat evolueerde? Ik althans wel. Vlaams Minister van Mobiliteit Stevaert was toen gematigd ambitieus. Eind 2002 zouden er 100 camera's in Vlaanderen staan, een verdubbeling. Zijn Waalse tegenhanger, Michel Daerden nam het heel wat grootser aan. Hij ging voor een snelle vervijftienvoudiging (!) van het aantal flitscamera's in Wallonië.


Nog geen drie jaar later stonden er 1000 flitspalen in Vlaanderen, in Wallonië 2. Vandaag staan er in Vlaanderen ongeveer 1600 flitspalen tegenover een tweehonderdtal in Wallonië. Voer voor populisten, helaas. Maar cijfers zijn maar cijfers en daarmee kan je alles bewijzen. Zo is 200 op 1600 al veel beter dan 2 op 1000. Ik zou zelfs durven spreken van een ongeziene inhaalbeweging. Proficiat!






* De afbeelding komt van mobielvlaanderen.be en mag vrij gebruikt worden door bloggers, vloggers en andere -loggers.